Vijveronderhoud deel 1: Onderhoud in de lente

De lente is de belangrijkste onderhoudsperiode voor de vijver. In deze periode moeten we beslissen of we de vijver in zijn geheel willen schoonmaken.

Ook is de lente de geschikte periode om het plantenbestand bij te werken. In de lente moeten we door de winter aangebrachte schade herstellen.

Verzorging van de planten

De lente is het beste tijdstip om nieuwe planten aan te brengen en om planten te vermeerderen. Vervang zwakke en dode planten en deel woekerende of te groot wordende planten of vervang deze. Indien nodig kunnen we de planten in grotere mandjes plaatsen en voorzien van extra voeding met voedingstabletten.

Let erop dat je niet alle planten ineens deelt, anders krijg je dit jaar een kale vijver en wordt het biologisch evenwicht in gevaar gebracht.

  • Waterlelies :
    Om de 3 à 4 jaar moeten waterlelies gedeeld worden. Dit is noodzakelijk wanneer ze kleinere bladeren vormen, minder bloeien en wanneer de bloem op een steeltje boven het water staat. Delen van waterlelies moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren, want lelies zijn nogal gevoelig voor de knol. Zodra er geen nachtvorst meer is kunnen lelies gedeeld worden.
  • Diepwortelende planten met drijvend blad :
    Wanneer deze planten té groot worden volgens de mand waarin ze staan of teveel ruimte innemen moeten ze worden verkleind. Wanneer er geen nachtvorst meer is kan deze groep van planten worden gedeeld.
  • Oeverplanten :
    Om de 2 à 3 jaar delen of delen als ze uit de mandjes groeien.
  • Moerasplanten :
    Deel deze planten om de 2 jaar of zodra ze te groot dreigen te worden of zodra ze in het hart beginnen af te sterven. Delen kan in het voorjaar voor de nieuwe groei aanvat en zodra er geen echt vorstgevaar meer is.
  • Drijfplanten :
    Laat de drijvende plantengroep zoals ze zijn. Mochten ze in het seizoen te groot worden, kunnen ze nog steeds worden uitgedund. Deze planten overwinteren meestal op de vijverbodem.
  • Zuurstofplanten :
    Deel te grote bossen op in kleinere of dun ze uit. Doe dit echter niet te vroeg. In de winter sterven deze planten af en het duurt een tijd alvorens ze opnieuw gaan uitlopen.

Verzorging van de vissen

Na de winterperiode controleren we de conditie van onze vissen. Zwakke en stille exemplaren verdienen de aandacht. Zodra de watertemperatuur boven de 10 à 12°C stijgt kunnen we met mate beginnen te voederen. De lente is ook het moment om eventueel nieuwe vis in de vijver uit te zetten. Vorstgevoelige vissoorten die we binnenhuis overwinterd hebben kunnen terug in de vijver worden gezet.

Onderhoud van de vijver

Waterwaarden controleren en bijsturen indien nodig.

Controleer zeker het zuurstofgehalte (02). In deze periode kan zuurstofgebrek optreden doordat micro-organismen het nog aanwezige organisch afval omzetten. Ze produceren hierbij koolstofdioxide (CO2) en nemen zuurstof op. Mede omdat zuurstofplanten nu nog niet goed werken nemen ze niet voldoende koolstofdioxide op en geven te weinig zuurstof af. Daarom kan het aangewezen zijn om extra zuurstof toe te voegen. Dit kan je doen met een luchtpomp.

Kijk pomp, filter en eventueel de UV-lamp goed na om panne's te vermijden tijdens het seizoen. Toch raad ik aan als je werkt met een UV-lamp om lampen in reserve te houden. Vernieuw de lamp van de UV-lamp.

Als de filter de gehele winter gewerkt heeft, dan geven we hem nu een grondige onderhoudsbeurt. Maak de filter grondig schoon als deze stilgelegen heeft en vervang eventueel beschadigd of oud filtermateriaal door nieuw.

Voor het heropstarten van de vijver kunnen een startkuur en een dosis nitrificerende bacteriën worden toegevoegd.

Grote schoonmaak van de vijver om de 5 of 10 jaar.

Heb je een grote vijver dan wordt die best één keer om de tien jaar grondig schoongemaakt. Heb je veeleer een kleine vijver dan doe je dit best eens om de vijf jaar. Omdat planten en ook al het ander vijverleven tijd nodig hebben om zich te recupereren, is de lente de aangewezen periode om dit werk te klaren.

Is je vijverwater van goede kwaliteit, dan behoud je zoveel mogelijk water. Je kunt het voorlopig bewaren in aparte bakken. Is de kwaliteit minder dan kan je best volledig vers water gebruiken.

Voer het water af en verwijder de vissen. Vang de vissen en zet ze in een bassin met vijverwater. Voorzie dat bassin van voldoende zuurstof. Het beste middel is een beluchtingspompje. Bij het vangen van de vissen kunnen we ook hun gezondheid controleren.

Na het droogzetten van de vijver kunnen de planten eruit gehaald worden. Waterlelies kunnen een week in een emmer water overleven. Maak van de gelegenheid gebruik om planten te verjongen door ze te delen. Zuurstofplanten leggen we in emmers met vijverwater. Oeverplanten moeten in de schaduw worden gezet en vochtig worden gehouden.

Verwijder modder en afval, pas hierbij op dat je de folie niet beschadigt. Schrob de wanden met een harde borstel en verwijderen vuil en algen. Indien we beschikken over een hogedrukreiniger kan dit werk wat lichter worden gemaakt. Gebruik NOOIT detergenten. Verwijder alle laatste restjes water.

Na deze werken kunnen we de vijver nazien of er reparaties moeten gebeuren. Vooral naden behoren goed te worden nagekeken. Er bestaan tal van reparatiesets om kleine reparaties uit te voeren. De speciale PVC-folielijm is de beste methode.

Na het nazien en eventuele reparaties kunnen we terug water in de vijver doen en vervolgens planten en vissen uitzetten.

 

Artikels van auteur Eric Buedtsover (Vijvers & Koi) over vijveronderhoud in de andere seizoenen: